Skip over navigation | Sla menu over
8 apr 2015

Bussemaker bevoordeelt grote musea in Randstad

Bussemaker bevoordeelt grote musea in Randstad

In de nieuwe Erfgoedwet ziet Bussemaker geen aanleiding voor een betere bescherming tegen de verkoop van kunstwerken. Daardoor zullen particulieren eerder schenkingen blijven doen aan de grote Rijksmusea in de Randstad dan aan musea in de ommelanden.

Cas Smithuijsen bestuurslid Vereniging Rembrandt, Particulier Fonds voor het Openbaar Kunstbezit, De Volkskrant, 8 april 2015

Vlak voor Pasen stuurde minister Bussemaker de Tweede Kamer een schriftelijk antwoord op de vragen die de parlementariërs haar hadden voorgelegd in verband met de komst van de nieuwe Erfgoedwet. De wet biedt de mogelijkheid het openbaar kunstbezit beter te beschermen tegen onverhoedse verkoop van schilderijen en ander erfgoed. Dat doen musea soms omdat ze te weinig geld hebben om hun exploitatie rond te krijgen.

Een recent voorbeeld was de verkoop van het schilderij 'Schoolboys' van Marlene Dumas door de directeur van het gemeentelijke museum in Gouda. De gemeente was niet van plan het museum meer geld te geven en met de miljoen euro die de museumdirecteur daarvoor ving kon hij de begroting van zijn museum rond krijgen. De minister haalt dit afschrikwekkende voorbeeld zelf aan in haar antwoord op de Kamervragen.

Particuliere steun
Het is inderdaad afschrikwekkend omdat het de mensen en fondsen die bijdragen aan de opbouw van Nederlands museaal kunstbezit weerhoudt van nieuwe schenkingen, uit angst dat het desbetreffende museum het stuk na enige tijd in de verkoop doet.

Dat klemt temeer omdat de kunstcollecties niet buiten particuliere steun kunnen. Filantropisch onderzoek toont aan dat giften en schenkingen de komende jaren verder aan belang winnen. De musea krijgen daarmee mogelijkheden voor nieuwe aankopen en exposities.

Reden temeer om de particuliere steunverleners een steviger positie te verlenen in het collectiebeleid. Dat kan door ze op basis van de nieuwe wet in staat te stellen als belanghebbende buiten het museumbestel in beroep te gaan tegen een overheidsbesluit tot verkoop. Dat zou het bestel veiliger maken, beter verbonden met de samenleving en ook op meer rechtvaardigheid gestoeld: iedereen kan ongeacht zijn woonplaats tegen een overheidsbesluit bezwaar maken. Overigens al een goed gebruik op tal van andere gebieden waar overheden besluiten nemen.


Koningin Maxima bekijkt samen met directeur Andreas Bluhm het schilderij Dresden vanaf de rechter oever van de Elde, van de schilder Bernardo Bellotto, tijdens de opening van de tentoonstelling 'Het geheim van Dresden' in het Groninger Museum © ANP

Graden van veiligheid
De angst dat particulieren bij het onveranderd invoeren van deze wet niet meer zullen schenken speelt vooral bij gemeentelijke musea. De laatste jaren zagen we dat musea in kleinere steden zoals Oss en Deventer, en Gouda dus, in de gevarenzone komen.

In de nieuwe Erfgoedwet ziet Bussemaker echter geen aanleiding voor een betere bescherming tegen verkoop van kunstwerken. Zij vindt dat de verantwoordelijkheid voor de collecties bij de gemeente ligt en ze wil niet treden in de vrijheid van gemeenten om met die collecties te doen wat ze willen, binnen de grenzen van wat ter plaatste betamelijk wordt geacht.

Sterker nog: ze wil niet treden in de bestemming van uit verkoop verkregen geld. Als de gemeenten dat willen gebruiken om daken te repareren in plaats van vervangende collectiestukken te verwerven, dan moet dat van de minister kunnen.

Aldus ontstaan binnen de kunsthistorisch ondeelbare Collectie Nederland verschillende graden van veiligheid. Met alle consequenties van dien voor de bereidheid van mogelijke schenkers en financiers die musea met geld en goederen wensen te steunen.

Zij zullen er eerder voor kiezen hun bijdragen te gunnen aan de grote rijksmusea in de Randstad. Dat is veiliger. Deze musea hebben als rijksinstellingen immers een strengere regelgeving en zullen daarom ook in de toekomst minder gemakkelijk kiezen voor het instrument van afstoting.

Door politiek vast te houden aan het principe van verschillende overheden met verschillende verantwoordelijkheden drijft de minister een nieuwe wig tussen de toch al sterke positie van de rijksmusea in de grote steden en de veelal zwakkere positie van de in mijn ogen even belangrijke musea in de ommelanden.

Cas Smithuijsen is bestuurslid Vereniging Rembrandt, Particulier Fonds voor het Openbaar Kunstbezit