Skip over navigation | Sla menu over
22 feb 2018

Van Goghs 'Collse watermolen' langs de lat gelegd

Van Goghs 'Collse watermolen' langs de lat gelegd

In de nieuwsbrief van november 2017 hebt u kunnen lezen over een recente aankoop van Het Noordbrabants Museum met steun van de Vereniging Rembrandt: de Collse watermolen van Vincent van Gogh. Hoewel in Den Bosch warm onthaald, noemde Robert-Jan van Ravensteijn in het februarinummer van kunstmagazine Collect het werk ‘ondermaats’. Zijn column biedt een mooie gelegenheid in te gaan op de vraag waarom de Vereniging Rembrandt de aankoop van dit werk heeft gesteund en zo meer inzicht te geven in de criteria voor steunverlening in het algemeen.

Artistieke waarde

Hoe meet je artistieke kwaliteit? Die vraag is lastig te beantwoorden. Omdat over smaak niet valt te twisten, is de veiligste manier het kunstwerk in kwestie in zijn soort te beschouwen. De Collse watermolen is een vroeg, Brabants werk. Het spreekt dan voor zich om dit werk met andere werken uit die periode te vergelijken en niet met zijn veel bekendere Zuid-Franse schilderijen die een heel ander soort artistieke aantrekkingskracht hebben. Beschouwd binnen het kader van zijn Brabantse oeuvre is de Collse watermolen duidelijk een geslaagd en aantrekkelijk schilderij. Het werk heeft een eenvoudige maar krachtige compositie en het is knap hoe Van Gogh de verschillende onderdelen als de zacht ruisende bomen, de rimpelingen in het water, de monochrome vlakken van de gebouwen en de helder blauwe lucht op elkaar heeft weten af te stemmen.

Kunsthistorische waarde

Bij de behandeling van een steunaanvraag kijkt het bestuur ook altijd naar het kunsthistorische belang van de beoogde aankoop. Die is in het geval van de Collse watermolen aanzienlijk, omdat het werk inzicht verschaft in de vroegste ontwikkeling van een van de grootste kunstenaars uit onze geschiedenis. Het werk is niet alleen één van Van Goghs eerste ambitieuze landschapsschilderijen waarin hij gebruik maakt van heldere kleuren, het onderwerp verraadt ook zijn interesse in de Nederlandse zeventiende-eeuwse landschapsschilderkunst. Uit een brief aan een bevriende collega blijkt dat hij een jaar eerder in Amsterdam landschapsschilderijen met molens had gezien van de door hem bewonderde zeventiende-eeuwse meesters Jacob van Ruisdael en Meindert Hobbema en dat die op hem een grote indruk hadden gemaakt.

Belang voor Het Noordbrabants Museum

Of het bestuur overgaat tot steunverlening hangt ook af van het belang van het nieuw te verwerven werk voor de collectie waartoe het gaat behoren. Het belang van de Collse watermolen voor Het Noordbrabants Museum is evident. Van Gogh was een Brabander en de ambitie van het museum om een representatief overzicht te geven van zijn Brabantse periode is alleen maar te prijzen. Daarnaast bestaat de middeleeuwse Collse watermolen nog, waardoor er een verbinding kan worden gelegd tussen het verhaal dat in het museum wordt verteld en de fysieke locatie die is afgebeeld.

Een vergelijkbaar geval

Deze discussie doet denken aan een aankoop uit 2011. In dat jaar verleende de Vereniging Rembrandt steun aan de verwerving van Rembrandts Brillenverkoper door Museum De Lakenhal in Leiden. Net als bij de Collse watermolen ging het hier niet om een topstuk in het oeuvre, maar om een vroeg werk van een jonge, lokale kunstenaar die zou uitgroeien tot een van de grootste schilders aller tijden. Een meerderheid van het bestuur was van mening dat de betekenis van Rembrandt voor Nederland zo groot is, dat ook deze eerste fase van zijn loopbaan in ons openbaar kunstbezit vertegenwoordigd moet zijn. Wat meespeelde, was dat de aanvraag kwam van het stedelijk museum van Leiden, de stad waar Rembrandt was geboren en zijn schildersloopbaan begon. Dat de stad – net als de provincie Noord-Brabant bij de Van Gogh – een groot deel van het aankoopbedrag zou financieren, woog zwaar mee, want dat gaf aan dat de aankoop breed werd gedragen. Achteraf blijkt Rembrandts Brillenverkoper een van de grootste iconen van Museum De Lakenhal te zijn geworden.

 

Het Noordbrabants Museum kon de Collse watermolen verwerven dankzij de financiële steun van de provincie Noord-Brabant, de Vereniging Rembrandt (mede dankzij haar Alida Fonds en haar Jheronimus Fonds), het Mondriaan Fonds, alsmede dankzij een in 1999 door mevrouw Henriëtte M.J. van Oppenraaij aan het museum nagelaten legaat.

Gekoppelde werken

Collse watermolen