Skip over navigation | Sla menu over

Het Ekkart Fonds

Ekkartfonds voor kunsthistorisch onderzoek

Het Ekkartfonds is ingesteld op 20 november 2012 ter gelegenheid van het afscheid van prof. dr Rudi Ekkart als bestuurslid van de Vereniging Rembrandt. Het Fondsvermogen bedroeg bij oprichting € 110.000,-, bijeengebracht door bijdragen van de Vereniging Rembrandt, de Nederlandse Museum Vereniging, musea en particulieren.
Doel van het Fonds is het verlenen van bijdragen van ten hoogste € 20.000 voor het verrichten van kunsthistorisch onderzoek naar specifieke voorwerpen of verzamelingen of delen van verzamelingen in het Nederlands openbaar kunstbezit, resulterend in een wetenschappelijke publicatie en/of tentoonstelling.

Reglement:

Doel en omvang van de beurzen
1. Het Ekkartfonds is bestemd voor de verstrekking van beurzen voor museaal kunsthistorisch onderzoek, dat wil zeggen voor onderzoek dat is gericht op de bestudering en wetenschappelijke ontsluiting van museale (deel)veramelingen, al dan niet gericht op de voorbereiding van tentoonstellingen.
2. De beurs dient te worden aangewend om een onderzoek te laten uitvoeren door een onderzoeker, die met succes een relevante masterstudie heeft doorlopen of een doctorstitel heeft behaald; een kandidaat dient in de regel niet ouder te zijn dan 35 jaar.
3. Een beurs bedraagt maximaal € 20.000,-.
4. Er worden in principe maximaal twee beurzen per jaar toegekend.

Aanvragen
5. Aanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend door geregistreerde musea en omvatten ten minste:
- een omschrijving van het project en het beoogde einddoel
- een toelichting op de plaats van het betreffende project in de beleidsplannen van het museum
- de begroting van het project
- de aanwijzing van een medewerker van het museum die belast is met de interne begeleiding van de bursaal
- de beoogde wijze van publicatie (analoog of digitaal) van de resultaten van het onderzoek en een aanduiding van de wijze waarop deze resultaten museaal zichtbaar zullen worden gemaakt.
6. Indien het museum al een kandidaat voor de uitvoering van het onderzoek heeft geselecteerd dienen een curriculum vitae van deze kandidaat en een motivatie van de keuze te worden bijgevoegd; indien nog geen kandidaat is geselecteerd dient een profielschets te worden toegevoegd. 
7. Het museum is verantwoordelijk voor de bijkomende onderzoekskosten, voor de facilitering van de bursaal en voor de kosten van publicatie van de resultaten van het onderzoek. 
8. Aanvragen dienen te worden gericht aan de directeur van de Vereniging Rembrandt, Denneweg 124, 2514 CL Den Haag. Er zijn twee beoordelingsronden per jaar, waarvoor de uiterste inzendtermijnen 1 april en 1 oktober van elk jaar zijn.

Beoordeling aanvragen
9. De aanvragen worden beoordeeld door een beoordelingscommissie van drie personen, die geen deel uitmaken van het bestuur van de Vereniging Rembrandt. De commissieleden worden voor een termijn van drie jaar benoemd door het bestuur van de vereniging, gehoord de directeur van de Nederlandse Museum Vereniging; zij zijn na afloop van deze periode desgewenst herbenoembaar.
10. De beoordelingscommissie draagt aan het bestuur van de Vereniging Rembrandt één of twee projecten voor honorering voor en doet daarbij een voorstel voor de hoogte van de toe te kennen beurs.
11. De beoordelingscommissie is bevoegd om met aanvragers in contact te treden over eventuele noodzakelijk geachte wijzigingen in een ingediend plan.
12. Toekenning van beurzen geschiedt door het bestuur van de Vereniging Rembrandt, gehoord de directeur van de Nederlandse Museum Vereniging.
13. Bij de toekenning van een beurs wordt er naast de interne begeleider een externe begeleider aangewezen; die aanwijzing geschiedt door de beoordelingscommissie in overleg met het aanvragende museum.
14. Bij de toekenning van een beurs wordt in overleg met het aanvragende museum een tijdsschema voor de uitvoering van het onderzoek gemaakt, waarin ook de data voor eindrapportage en tussenrapportage worden vastgelegd en afspraken worden gemaakt over eventuele gedeeltelijke bevoorschotting.
15. Bij in gebreke blijven van de aanvrager ten aanzien van de gemaakte afspraken kan verdere uitbetaling van de toegekende gelden worden opgeschort.
16. Over de selectie van de aanvragen en over het niet toekennen van een beurs wordt niet gecorrespondeerd.