Pieter Aertsen (1507/08-1575)

Keukenstuk met Christus in het huis van Maria en Martha, 27 juli 1553, 126 x 200 cm.

Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuningen (sinds 1958)


Pieter Aertsen was een gewild schilder van grote altaarstukken, waarvan er vrijwel geen één ongeschonden de Beeldenstorm heeft overleefd. Maar hij schilderde ook zogenaamde markt- en keukenstukken voor particulieren, waarmee hij zich een plaats als pionier in de geschiedenis van het stilleven heeft verworven. Op die schilderijen beeldde hij doorgaans onwaarschijnlijke hoeveelheden verschillende soorten fruit en groenten af, maar ook vlees en gevogelte en vis – en dat deed hij altijd, zoals de kunstenaarsbiograaf Van Mander in 1604 al schreef, nae het leven en daarom heel goed van kleur. Keukenmeiden en knechts ontbreken op die schilderijen ook zo goed als nooit, en vaak is er ook een wat kleinere of zelfs minuscule Bijbelse voorstelling op de achtergrond te zien. Aertsens neef, Joachim de Beuckelaer, die meer nog dan Aertsen van dit soort werk zijn specialisme maakte, hanteerde dezelfde formule (1).Joachim  Beuckelaer  (ca.  1533 – ca. 1574),  Keukenstuk  met  Christus  en  de  Emmausgangers,  ca.  1560 – 1565.  Den  Haag,  Mauritshuis  (bruikleen  Stichting  P.  &  N.  De  Boer,  Amsterdam).

Er is wel geopperd dat deze vroege stillevens kennelijk nog niet als zodanig werden geaccepteerd, en dat Aertsen en De Beuckelaer daarom zo vaak een voorval uit de heilsgeschiedenis aan hun smakelijke uitstallingen van etenswaren zouden hebben toegevoegd. Maar veel
aannemelijker is de gedachte, dat de schilders ons verlekkerd naar die overvloed laten kijken om ons, al was het maar even, te laten vergeten dat er ook nog zoiets als geestelijk voedsel bestaat. Daarna weten wij weer beter, want die eerste indruk wordt gecorrigeerd. Als dat klopt, en alles op het schilderij lijkt daarop te wijzen, dan nodigt Aertsens Keukenstuk met Christus in het huis van Maria en Martha de toeschouwer uit om stil te staan bij de rol van de beide vrouwen, waarvan Martha een feestelijk maal voor de hoge gast probeerde te bereiden, terwijl haar zuster Maria zich luisterend aan zijn voeten had gezet. Toen Martha zich daarover bij Christus kwam beklagen, legde deze haar uit dat zij zich druk maakte om de verkeerde dingen. Maria daarentegen had gekozen wat er werkelijk toe deed, en dat, wist Christus, zal van haar niet worden weggenomen.

Het is precies dit moment uit het Evangelie van Lucas dat Aertsen op de achtergrond van zijn  keukenstuk laat zien. Op de voorgrond domineert het eten, inclusief een geweldig goed geschilderde geplukte kip, en de voorste groep figuren, links in beeld, bestaat uit personeel. In de groep rechts, wat verder naar achter, lijken enkele gasten uit het gezelschap van Christus te zijn afgebeeld, en in het midden, voor een poortgebouw in Renaissance stijl, zit Christus en geeft les.
In andere, vergelijkbare stukken, zien we bijvoorbeeld naast of achter de grote overvloed van een markt of kraam de Vlucht naar Egypte afgebeeld, of de Gang naar Emmaüs, of Christus die aan het volk wordt getoond. Dat volk had zijn leven kunnen sparen, maar het koos voor de vrijlating van een misdadiger in plaats van Christus, en als we Aertsen en De Beuckelaer moeten geloven, kozen de meesten zelfs helemaal niks. Zij gingen gewoon door met boodschappen doen. 

Zelfs bij Aertsen en zijn neef vinden we al dergelijke schilderijen zonder een leerzame geschiedenis erbij, en in de loop van de zeventiende eeuw verdwijnt de door hem ontwikkelde combinatie van heilsgeschiedenis met etenswaren helemaal. Waarschijnlijk werden dat soort voorstellingen al snel als historisch incorrect ervaren en in toenemende mate als wansmakelijk bovendien. De materiële zaken worden een onderwerp op zich, en Christus in de keuken, of Christus voor de groentemarkt, dat wordt taboe.

Vereniging Rembrandt Lees verder