Pieter van Noort (ca. 1620-1672)

Vijf scholletjes, 1621 (?), 12 x 22,8 cm.

Dordrechts Museum (sinds 1958)


Het visstilleven is een eigenaardig genre, en binnen dat genre vormen deze vijf scholletjes een geval apart. Specialisten in dooie vis – en daarvan waren er een behoorlijk aantal – schilderden doorgaans zoveel mogelijk verschillende soorten bij elkaar, opgetast en uitgestald als de rijke buit die op het water is veroverd (1).Abraham  van  Beijeren  (1620 / 21 – 1690),  Vissen  op  het  strand,  ca.  1660.  Delft,  Museum  het  Prinsenhof  (bruikleen  ICN). Ook in pronkstillevens komen vissen wel eens voor, zoals haringen, geschilderd om hun prachtige huid (2). Deze schollen daarentegen liggen erbij alsof ze ieder moment in het frituur kunnen verdwijnen, al zijn ze duidelijk bij elkaar gelegd door iemand die ze met liefde en aandacht heeft geschikt.Willem  van  Aelst  (1627 – 1683),  Pronkstilleven  met  nautilusbokaal,  vis,  kreeft  en  perziken,  1661.  Schwerin,  Staatliches  Museum. Van de vis links zien we de mooie bovenkant, met de voor het effect van het schilderijtje zo essentiële rode stippen, de andere vier schollen liggen met hun onderkant boven, wat ze bleek en kwetsbaar maakt. Als Pieter van Noort uit Zwolle inderdaad de schilder van dit bijzondere stilleven is, dan heeft hij zich hier zó overtroffen, dat men hem graag vergeeft dat hij het werk maar liefst twee keer signeerde. Maar is het ook werkelijk van hem?

Toen er in het midden van de negentiende eeuw voor het eerst in een kunstenaarslexicon op grond van één enkel gesigneerd schilderij een paar regels aan Van Noort werden gewijd, meende de samensteller nog dat de man waarschijnlijk een amateur was geweest. Een plaats van herkomst en jaartallen bij zijn leven konden toen nog niet worden gegeven. Inmiddels is bekend dat de ouders van Van Noort in 1621 in Leiden zijn getrouwd, dat hij in Zwolle woonde, en dat met uitzondering van het dubbel gesigneerde en gedateerde schilderijtje met de schollen al zijn gedateerde werk na 1650 is ontstaan. De Vijf scholletjes dragen het jaartal 1621. Daar klopt dus iets niet. 

Om redenen van stijl – zo los geschilderd en zo informeel gepresenteerd – is dat vroege jaartal 1621 verdacht; om redenen van kwaliteit is Van Noort als maker onwaarschijnlijk. De laatste keer dat het schilderijtje met de schollen serieus werd onderzocht, werd opgemerkt dat technisch onderzoek naar de ouderdom van het hout van het paneel waarop het is geschilderd, in elk geval duidelijk zou kunnen maken of de boom in kwestie al in 1621 was gekapt. Dat kan tegenwoordig inderdaad, en als het plankje afkomstig zou blijken van een boom die pas in 1645 of later werd omgelegd, dan zou de toeschrijving aan Van Noort althans in termen van datering mogelijk zijn. Blijft het raadsel van de kwaliteit en de hoogst ongewone opvatting van het onderwerp.

Misschien kan de bijzondere aard van het schilderij echter worden verklaard uit de manier waarop de grotere visstillevens werden gemaakt. Want hoe natuurgetrouw de vissen op die schilderijen er ook uitzien, ze zullen altijd aan de hand van studies vooraf en uiteindelijk uit het hoofd zijn gedaan. Mogelijk kocht de schilder nog wel eens een haring of een andere vis op de markt, als hij net met zoiets bezig was en twijfelde over de precieze kleur of vorm, maar vis bederft te snel om in grote hoeveelheden naar het leven te worden geschilderd.

Wellicht was ons paneeltje dus een studie, gemaakt om de eigenaardigheden van een bepaald type vis in de vingers te krijgen, en was het ondanks zijn dubbele signatuur oorspronkelijk niet voor een verzamelaar bedoeld. Inmiddels heeft de geschiedenis echter anders beslist, en zal menigeen die paar eenvoudige schollen liever zien dan een hele berg met allerlei vis – omdat wij nu denken dat minder meer is, en dat natuurlijkheid het beste wordt gesuggereerd door informaliteit.

Vereniging Rembrandt Lees verder