Adriaen Coorte (werkzaam 1683-1707)

Stilleven met een schedel in een nis, 1688, 77,5 x 62,5 cm.

Middelburg, Zeeuws Museum (sinds 1989)


Toen Adriaen Coorte in 1688 zijn Stilleven met een schedel in een nis schilderde, was dat een ouderwets schilderij.Rachel  Ruysch  (1664 – 1750),  Vaas  met  bloemen,  1700. Den Haag, Mauritshuis. De geïnformeerde liefhebbers van toen wilden geen donkere stukken meer, en al helemaal geen knekels. Zij keken liever naar de rijke boeketten van Coortes leeftijdgenoot Rachel Ruysch (1), of, een beetje later, naar de weelderige arrangementen van kostbare bloemen en exotische vruchten die Van Huysum zoveel lichter schilderde (2). Die liet ook in de winter zien wat de zomer weer zou brengen en wat voor lekkers er groeide in de kas, in plaats van tijdens het leven al aandacht te vragen voor de dood. Jan  van  Huysum  (1682 – 1749),  Stilleven  met  bloemen,  1723.  Amsterdam, Rijksmuseum. Van Huysum woonde in Amsterdam en werd een steenrijk man.

Coorte woonde daarentegen in het toen al achterop geraakte Middelburg, en verkocht zijn kunst alleen ter plaatse. Een bijzondere reputatie had hij niet, en hij was, zoals men nu zou zeggen, ook niet van zijn tijd. Meestal schilderde hij eenvoudige vruchten, bij voorkeur bessen aan een steeltje, of een testje zogenaamde bosaardbeien. Adriaen  Coorte  (werkzaam  1683 – 1707),  Stilleven  met  asperges,  1697. Amsterdam,  Rijksmuseum. Ook asperges behoorden tot zijn repertoire (3). Zijn Stilleven met een schedel in een nis is meer uitzonderlijk, en de zeer uitgesproken betekenis van deze Vanitas, een schilderij waarin alles wijst op de vergankelijkheid, is ook voor Coorte ongewoon.

De schedel bepaalt hier de strekking van alles wat we zien. Tabak en alcohol verschaffen maar kort genot, speelkaarten en dobbelstenen zijn letterlijk zonde van de tijd. Muziek duurt zolang zij klinkt, terwijl het horloge verder tikt. De olielamp is uit en het lont smeult alleen nog maar. Ook onze tijd is krap bemeten, en daarom is alles ijdelheid, zoals Prediker in de Bijbel zegt.

Coortes eigenzinnige manier van schilderen heeft in dit werk, zoals meestal, iets evident onhandigs. Ruimtelijk is er van alles mis, en ook de stofuitdrukking schiet te kort. De schedel heeft iets teers, de dobbelstenen lijken van papier, en een van beide teerlingen zweeft in de lucht bovendien. Zulke eigenaardigheden waren in de zeventiende eeuw geen
aanbeveling, maar ons storen ze niet. Het magisch realisme heeft ons de onwezenlijke schoonheid van Coorte leren zien.    

Het is niet bekend voor wie dit schilderij werd gemaakt of wie het van de schilder heeft gekocht. Net als zijn overige werk bleef het onopgemerkt in Zeeland hangen, totdat de kunstenaar in de afgelopen eeuw werd ontdekt, zoals dat heet.Edouard  Manet  (1832 – 1883),  Asperges,  1880.  Keulen, Wallraf-Richartz  Museum  /  Fondation Corboud. In 1903 kreeg het Rijksmuseum Coortes Asperges cadeau, als legaat van dezelfde man die Vermeers Meisje met de parel aan het Mauritshuis bezorgde, en een paar jaar later vergeleek de bekende kunstpedagoog H.P. Bremmer, die onder meer mevrouw Kröller-Müller adviseerde, in een korte kunstbeschouwing Coortes glad geschilderde, bijna doorschijnende Asperges met de in enkele vettige streken verf getypeerde Asperges van Manet (4).

Die eerste aandacht deed nog niet veel voor Coortes reputatie, maar zo’n vijftig jaar later werd hij een ster. Twee van zijn schilderijen werden opgenomen in het Louvre, en in Nederland kreeg hij een postzegel als een van de tien grootste meesters uit de Gouden Eeuw. In 1989 lukte het nog net zijn Stilleven met een schedel in een nis voor Zeeland te behouden.

Vereniging Rembrandt Lees verder