Jan van Huysum (1682-1749)

Stilleven met bloemen, 1723, 81 x 61 cm.

Amsterdam, Rijksmuseum (sinds 1809)


Van Huysum was volgens zijn tijdgenoot en biograaf Van Gool zo bekent als de zon op den vollen middag. Zijn stillevens met mooie en zeldzame bloemen en vruchten, schijnbaar probleemloos uit alle seizoenen vergaard en in de meest onwaarschijnlijke composities geschikt en opgetast, werden dan ook door de rijkste verzamelaars uit heel Europa besteld en gekocht. Een Van Huysum mocht in een collectie Hollandse schilderkunst niet ontbreken (1, 2).Jan  van  Huysum  (1682 – 1749),  Stilleven  met  bloemen,  1742. Schwerin, Staatliches  Museum.Jan  van  Huysum  (1682 – 1749),  Stilleven  met  fruit,  1743. Schwerin, Staatliches  Museum.

Van een afstand gezien zijn Van Huysums stillevens decoratief en kleurrijk, en van dichtbij kan de liefhebber zich eindeloos verwonderen over de natuurgetrouwheid waarmee de schilder zijn bloemen en vruchten heeft afgebeeld. Het bloemblad van de tulp is vettig en sterk, de knop van de papaver een stevig pakketje; de bloem van de blauwe winde is stralend van kleur maar teer van structuur. Er staan waterdruppels op de tulp en op het blad van de papaver, en wie er een loep bijneemt, kan zich vergapen aan de strootjes en het mos die voor het
vogelnestje zijn gebruikt of zoeken naar de mieren die de schilder op de naar hem genoemde
rosa huysumiana heeft gezet. 

Een dergelijk vertoon van virtuositeit was op zichzelf niets nieuws en veel liefhebbers zijn er ook nu nog heel gevoelig voor. Het is net echt, en dat is amusant. Er komt geen eind aan de details, en men kan erover praten ook, want kijk: er ligt een dode pissebed op de rand van het vogelnestje! 

Toen Van Huysum een twintiger was, verscheen het Groot Schilderboek van Gerard de Lairesse, waarin voor het eerst in de geschiedenis van de kunsttheorie een afzonderlijk hoofdstuk aan de bloemschilderkunst was gewijd. De Lairesse pleitte daarin voor het schilderen van rijke boeketten met grote en fraaie bloemen, die bovendien als soort bijzonder werden gewaardeerd. Voor slegte en gemeene, dat wil zeggen voor gewone bloemen voelde hij niets. Ook meende hij dat de ware liefhebber niet moest worden verveeld met vlinders en torren en droppeltjes water – dat waren maar beuzelingen, gemaakt om de waereld mee te imponeren.

In dat opzicht schoot Van Huysum dus te kort, maar in het schikken van zijn ingewikkelde boeketten was hij stellig een meester naar De Lairesse’s hart. De kunst was, de bloemen zo te arrangeren, dat zij ook in het gewenste samenspel
afzonderlijk goed te zien zouden zijn en daarbij hunne eigene hoedanigheid behouden. Van Huysum kon dat geweldig goed. Zijn keizerskroon staat dus in top en buigt naar links als in een dansje met de knop van de papaver, terwijl de kostbare tulp op haar beurt het hoofd een beetje nuffig achterover en naar rechts geworpen heeft. Het vlas hangt sierlijk over de zware pioen, die al op het marmer is geland – naast de blauwe winde, die maar één dag bloeit.

En deze hele rijkdom is verbeeld tegen de lichte achtergrond die Van Huysum, alweer geheel in lijn met De Lairesse’s wensen, aan zijn stillevens gaf. Het sombere zwart van de vorige generatie is vervangen door de suggestie van een park, waarin links nog net een beeld van lentegodin Flora is te zien. Alsof wij bij het wandelen op dit boeket zouden zijn gestuit. 

G.J.J.  van  Os  (1805 – 1841),  Stilleven  met  bloemen,  ca.  1830.  Amsterdam, Rijksmuseum. Van Huysums stillevens werden toonaangevend, en zijn voorbeeld werd tot ver in de negentiende eeuw gevolgd (3). Even leek het verlangen naar een natuurlijker kunst tegen het einde van die eeuw zijn roem fataal te zullen worden, maar het taboe op de kunstmatigheid is alweer van de baan. 

Vereniging Rembrandt Lees verder