Vincent van Gogh (1853-1890)

Manden met aardappels, 1885, 65 x 78,5 cm.

Amsterdam, Van Gogh Museum (sinds 1973)


Een boerenschilderij moest volgens Van Gogh ruiken naar spek en rook en aardappelwasem. Op zoek naar het karakteristieke in zijn omgeving, schilderde hij in zijn Brabantse tijd dan ook boeren en boerinnen aan het werk of aan tafel, zoals in zijn fameuze Aardappeleters (1).Vincent  van  Gogh  (1853 – 1890),  De aardappeleters,  1885.  Amsterdam, Van  Gogh  Museum. Het was hem te doen om de omgeving en haar bewoners, en daar hoorden ook stillevens met appels en peren en manden met aardappels bij. Aardappels die je volgens hem zouden moeten raken als bonken, wanneer je ermee bekogeld werd. Hier is schoonheid emotie geworden, en zelfs aardappels hebben bij Van Gogh karakter en persoonlijkheid. Ze kijken je aan als mensenhoofden, schreef de kunstpedagoog Bremmer, die als geen ander aan de latere roem van Van Gogh in Nederland heeft bijgedragen.

Expressie boven imitatie dus, of in elk geval een imitatie die ver boven het plezier van de geslaagde nabootsing van de vorm uitstijgt. Wat Van Gogh schilderde moest weliswaar zo goed mogelijk lijken op wat we zien, maar het moest ook, of juist daarom, recht doen aan wat we daarbij voelen. Kunst moest voor hem meer dan behendigheid verraden, en eerlijk en eenvoudig zijn. Wat waar is, is mooi, was zijn overtuiging – en als dat iemand ergert, des te beter. Een fors schilderij van bijna 80 centimeter breed met aardappelen in kapotte manden, trots in rood op zwart gesigneerd: je vraagt je af of hij bij het maken ervan ook maar een moment aan een koper heeft gedacht.   

Misschien nog wel meer dan om de keuze voor het eenvoudige en de emotionele lading die hij zelfs aan een stilleven wist te geven, ging het Van Gogh bij dit soort schilderijen om het verbeteren van zijn inzicht in het modelleren met kleur en toon. Zijn manden met aardappels zijn – in zijn eigen woorden – variaties op het thema bruingrijs, en hij is heel tevreden als zijn broer Theo dat ook zo ziet. Met de opwinding die volgt op een geslaagd experiment, legt hij hem in een brief van 20 oktober 1885 uit, dat hij in deze Manden met aardappels ontransparante okers heeft weten te breken met een transparant blauw.

Een studie in bruingrijs, jawel, maar ook een schilderij met ambitie, van een onderwerp dat op de wijze van het Franse realisme uit het leven was gegrepen en met van Goghs persoonlijke emotie was verrijkt – want dat moeten kunnen voelen van die bonken is ongetwijfeld meer dan een kwestie van het geloofwaardig willen verbeelden van aardappels op het platte vlak. De volgende alinea in de brief waarin van Gogh zijn aardappels zo stoer karakteriseert, gaat over de dorpspastoor, die laster over hem verspreidt.

Nu is het niet mijn bedoeling te zeggen dat Van Goghs keuze om aardappels te schilderen iets te maken heeft met zijn conflict met de pastoor, maar wel om te suggereren dat zijn werk een  emotionele lading heeft, die bij oudere stillevens niet zo wordt aangetroffen. Van Goghs aardappels zijn meer dan een knappe nabootsing en meer dan een studie in oker, want zij berichten ook van een stemming en een temperament. 

Voor de liefhebbers was dat wennen, en zelfs toen Van Goghs naam al internationaal gevestigd was, lukte het de weduwe van zijn broer niet dit sombere schilderij te verkopen. Het keerde van verschillende verkooptentoonstellingen in binnen- en buitenland terug, en bleef uiteindelijk zo voor het latere Van Gogh Museum behouden.

Vereniging Rembrandt Lees verder