Dick Ket (1902-1940)

Sint Nicolaasstilleven, 1933, 82 x 82 cm.

Arnhem, Museum voor Moderne Kunst (sinds 1992)


Dit stilleven gaat over Sinterklaas, en voor het geval de maskers van Sint en Piet, de schoorsteen van de stoomboot op het affiche en de speelgoedschimmel niet toereikend zijn om ons in gedachten naar dat feest te leiden, staat op het kalenderblaadje links onder ook nog eens de datum die ooit elk kinderhart in spanning hield. Hollandser kan haast niet, en anekdotisch en in technische zin traditioneel geschilderd is het ook. Toch is het schilderij even primitief als modern, precies zoals zijn maker hoopte. De Amerikaanse verzamelaar die Kets eerste Sint Nicolaasstilleven had gekocht, meende (tot  ergernis van zijn maker) dat zij een surrealistisch werk verworven had (1); de eigenaar van dit derde en laatste Sint Nicolaasstilleven had het in 1938 graag in het Museum of Modern Art in New York gezien. Kets kunst was in de ogen van zijn tijdgenoten dus modern.

Dick  Ket (1902 – 1940),  Sint  Nicolaasstilleven  (grijs),  1931. Amsterdam, ING  Collectie. Maar het surrealisme was absoluut niets voor Ket. Hij had meer dan genoeg aan de zichtbare werkelijkheid en stond dan ook eerder in de traditie van de door hem bewonderde Verster, die het zeker met Ket eens zou zijn geweest toen deze schreef dat alle dingen hun betekenis


hebben,[en] dat het geringste zowel als het voornaamste doel een plaats in het leven heeft. Ket wilde primitief zijn zoals de oude Vlaamse meesters, en modern in zijn stilering en in de decoratieve opvatting van zijn composities. Voor dat moderne element ging hij onder anderen te rade bij de Franse reclameontwerper Cassandre, die destijds ook de nodige opdrachten uit Nederland kreeg. Ket was diep onder de indruk van de manier waarop Cassandre zijn composities op het platte vlak organiseerde en citeerde dikwijls uit zijn werk. Zo is de schoorsteen van de stoomboot op dit Sint Nicolaasstilleven afkomstig van een affiche dat Cassandre voor de Stoomvaartmaatschappij Zeeland had gemaakt, en staat de speelgoedschimmel in Kets schilderij voor een reclame die Cassandre – heel toepasselijk – ontwierp voor chocoladeletters van de firma Droste.

Het reproduceren van deze platen op het platte vlak zorgt voor een visuele dubbelzinnigheid, waar  Ket zijn voordeel mee kon doen: het beeld van de rijzige en ronde schoorsteen van de stoomboot ligt als affiche plat of tafel, maar de niet minder ronde kruik jenever staat er juist recht op, waarbij het beeldrijm van die beide parallelle verticalen grapt met ons gevoel voor plat en diep. Nog vreemder is de manier waarop de Spaanse schone ons aankijkt als een levend wezen en toch zo plat is als de omslag van de tangomuziek waarop zij werd afgebeeld. Ook de opeengestapelde puzzelblokken, met op ieder vlak hun eigen stukje beeld, zijn een wonder van lef en picturaal vernuft.

En dan is er de ironie, met die toch wat macaber opgebaarde maskers van Sint en Piet, het meisje van de tango dat niet meer is dan een plaatje, en de hoed die de kunstenaar heeft afgezet. Jan  Steen,  Het  Sint  Nicolaasfeest,  ca.  1665.  Amsterdam, Rijksmuseum. Een zekere weemoed is er bij dat alles misschien ook, omdat de volwassene nog wel denkt aan het feest van de stoomboot, de schimmel en de chocoladeletters, maar het nu moet doen met een kruik jenever en wat dansmuziek. Ver weg zijn het leven en de pret die Jan Steen zo mooi verbeeldde (2).  

Toen Ket zijn Sint Nicolaasstilleven in 1933 schilderde, was hij al jaren door zijn hartkwaal en zijn formidabele fobieën aan zijn ouderlijk huis in Bennekom gekluisterd, gevangen in de rol van een volwassen kind dat altijd bij zijn ouders wonen moet. Hij wachtte er op de dood en wist: kunst, wetenschap en religie: het is voor wie niet leven kan, maar we moesten allen kunnen leven.

Vereniging Rembrandt Lees verder