Ger van Elk (1941-2014)

The well-shaven cactus, 1970 (video in oplage)

Amsterdam, Stedelijk Museum (sinds 1978)


Een cactus scheren en die handeling vastleggen in een filmpje en twee foto’s: wonderlijk is het wel. Op de foto’s zien we de cactus eenmaal ingezeept en eenmaal geschoren, dat wil zeggen: eenmaal onder het schuim en eenmaal met gladde wangen. In de film wordt er elektrisch geschoren en wankelt de kleine cactus onder het geweld van de tondeuse. Het is wreed en koddig tegelijk.

Kunst moest slap zijn, meende Ger van Elk in zijn jonge jaren, niet vitaal en expressief, zoals het werk van de driftige Karel Appel, of poëtisch op de manier van Klee.Ger  van  Elk  (*1941),  Paul  Klee,  Um  den  Fisch,  1926,  1970  (diaprojectie). Amsterdam, Stedelijk  Museum I hate it, that’s why I ate it, was de tekst bij het sprookje van Klee’s Um den Fisch, dat Van Elk letterlijk op tafel zette en vervolgens op at (1). En bij wijze van hulde aan zijn lullige video met de cactus zongen de Britse kunstenaars Gilbert & George in Londen een liedje op de melodie van het slotkoor uit Beethovens Negende Symphonie – dat wil zeggen onder verwijzing naar de muziek, die door de beroemde regel Alle Menschen werden Brüder staat voor de hoogste ambitie van de kunst en het diepst gevoelde humanisme.

Voor slap en lullig zit daar verrassend veel agressie in. Provocatie ook, en parodie. En de cactus die door Van Elk geschoren wordt, is er een van het type cereus senilis, latijn voor oude kaars, in de volksmond grijsaard genoemd – vanwege zijn witte haren, die hem in zijn natuurlijke omgeving in de woestijn van Mexico tegen al te felle zon en ijzige kou beschermen. Onder die haren zitten trouwens gemene stekels, want alleen maar mooi en aandoenlijk is de grijsaard niet.

De baard is in veel culturen een teken van mannelijkheid en bij ouderen een teken van gezag en wijsheid bovendien. Het afscheren van de baard van de verslagen vijand was daarom bij de oude Germanen al een gebruikelijke vernedering (maar beter dan castratie), en het afscheren van de baard van orthodoxe joden door de Nazi’s of van gelovige islamieten in Guantanamo Bay staat nog steeds in die traditie. Het afscheren van de baard van een ander is als beeld dus niet onschuldig, maar veel jongeren in de jaren zestig waren het gewicht van de ouderen dan ook zat, en wilden niets liever dan de grijsaards van hun baard ontdoen. Ook in de kunst werd de metafoor van de baard gebruikt: in een nummer van het destijds veelgelezen Museumjournaal uit 1967 stelde de redactie de groeiende kloof tussen het museum voor moderne kunst en de kunstgeschiedenis aan de orde en vroeg zich daarbij af of zo’n poging wellicht een baard had die moest worden uitgerukt.


Het is niet ondenkbaar dat Van Elk zou fronsen bij deze associaties, want zo programmatisch maakt hij zijn beelden niet. Hij ziet taal, beeldt en verbeeldt, rijmt. Hij houdt van de absurditeit die werkelijkheid wordt en van de werkelijkheid die absurd is. In een interview uit 1996 vertelt hij over zijn jeugdige interesse in de toen door iedereen obligaat gelezen, maar zelden begrepen filosoof Wittgenstein: De tractatus, ik heb er niks van begrepen, maar ik vond het prachtig. Er was geen touw aan vast te knopen. Hoe kan ik de kiespijn van mijn hond voelen?  Zulke vraagstellingen! […] Zo’n vraag impliceert zoveel mogelijkheden, gedachten en invalshoeken. Dat zijn aanzetten tot denken in beelden. En dat laatste, denken in beelden, is precies wat Van Elk altijd met grote kracht en vaak heel poëtisch heeft gedaan, waarna die beelden een eigen betekenis en waarde krijgen, de betekenis namelijk die de gebruiker eraan geeft. When I’m sad, I will remember this, schreef een passant op internet als commentaar bij Van Elks Well shaven cactus – en dat is helemaal geen slecht idee.

Vereniging Rembrandt Lees verder