Pyke Koch (1901-1991)

Stilleven met appels en peren,

ca. 1944-46, 19,8 x 30 cm

Dordrechts Museum (sinds 1993)


Een paar appels en peren, zo te zien in de tuin opgeraapt en op de balustrade van het bordes gelegd. De vruchten hebben plekjes, en twee van de peren zijn al een beetje rot. De balustrade is gebutst. Wij staan aan de kant van het huis, en zien over het stilleven heen uit op hoge bomen waar een stevige wind op staat. De lucht is blauw met forse witte wolken. Het is herfst.

Koch was een figuurschilder, die geen bestaande verhalen illustreerde maar die – in de woorden van de dichter Engelman uit 1941 – moderne fabels schiep (1). Pyke Koch , De Schiettent, 1931. Rotterdam, Museum Boijmans Van BeuningenHet stilleven is in zulke voorstellingen hooguit relevant als bijwerk, en Koch heeft dan ook, om Engelman nogmaals te citeren, nimmer een stilleven geschilderd, tenzij als onderdeel van een geheel waarin de mensch de grootste rol speelde, want daar was het hem om te doen. De paar autonome stillevens die hij later desondanks heeft gemaakt, behoorden wat Koch betreft dan ook niet tot zijn eigenlijke werk, en werden op zijn verzoek weggelaten uit de eerste catalogus die daarvan werd samengesteld.

Zoals alle grote figuurschilders voor hem, kon ook Koch zijn personages in een landschap of gebouw situeren en van alle noodzakelijke bijwerk voorzien. De Kruisdraging vindt nu eenmaal buiten plaats, en het Laatste Avondmaal aan tafel. Ook voorstellingen uit de mythologie of de geschiedenis veronderstellen een plaats van handeling met bijbehorende rekwisieten. Zelfs het zogenaamde genrestuk kan er onmogelijk buiten. Maar wie uitsluitend een landschap of een arrangement van spullen schildert, maakt het zich te gemakkelijk, en wie alleen maar portretteert, is de slaaf van zijn model. Dat althans was eeuwenlang de theorie.

Een serieuze figuurschilder portretteert hooguit voor de kost of eventueel voor zijn plezier, en een landschap of stilleven is voor zo iemand niet meer dan een beuzeling, zoals de zeventiende-eeuwse kunsttheoreticus De Lairesse dat nog noemde. Ook Koch staat nog in deze traditie, en zijn ontkenning van het tiental stillevens dat hij kort voor en direct na het einde van de Tweede Wereldoorlog schilderde, past daarbij. Die stillevens waren wat men in het Engels potboilers noemt, gemaakt omdat de schoorsteen ook bij de beste kunstenaar nu eenmaal roken moet. Blijkens het opschrift op de achterkant van het Stilleven met appels en peren gaf Koch dit stukje aan zijn lijstenmaker cadeau, misschien om een rekening mee te voldoen, maar misschien ook uit aardigheid, want de man schreef achterop het schilderij:

ik maakte lijsten voor hem en was op zijn werk zeer gesteld.

Deel van zijn gewenste oeuvre of niet, het Stilleven met appels en peren is een uitzonderlijk mooi schilderij en hoewel ongewoon toch ook een karakteristieke Koch. Het fruit heeft iets broeierigs en sombers, en van de opstekende wind gaat een onmiskenbare dreiging uit. De meeste stillevens hebben zo’n emotionele lading niet.

Toen Koch zijn appels en peren schilderde, was hij voor in de veertig. Europa was zo goed als geruïneerd door de beweging die hij aanvankelijk als het begin van een nieuwe orde had gezien en gesteund, en hij zal hebben gevoeld dat ook de traditie waarin zijn kunst wortelde nu op het punt stond te worden weggevaagd. Het is verleidelijk te denken dat zijn stilleven de bijbehorende  stemming  bewust of onbewust weerspiegelt. Er kwam voor Koch een winter aan.

Vereniging Rembrandt Lees verder