Skip over navigation | Sla menu over
29 jan 2015

'De overheid moet er zijn om kwaliteit te borgen'

'De overheid moet er zijn om kwaliteit te borgen'

De Rembrandtlezing 2014 vestigde de aandacht op de wortels en het functioneren van ons veelal zeer oude stedelijk kunstbezit. In de 19de eeuw ontstonden de stedelijke musea zoals wij die nu nog kennen. Vaak namen burgers het initiatief daartoe. Zij verzamelden, organiseerden tentoonstellingen, deden schenkingen en wisten de stedelijke overheid te overtuigen dat een rijk verleden het waard is om gekend en ook gezien te worden. De bewoners van de stad kunnen er trots op zijn en hebben iets bijzonders om aan hun bezoekers te laten zien, en ook de plaatselijke kunstenaars hebben baat bij een stedelijk museum. Zo blijft het verleden leven.

Museum Prinsenhof Delft is een stadsmuseum en heeft onlangs met steun van de Vereniging Rembrandt, mede dankzij haar BankGiro Loterij Aankoopfonds, Gezicht in de Nieuwe Kerk te Delft van Hendrick van Vliet aangekocht. De gemeente Delft is uiteindelijk eigenaar van het museum; wat betekent het voor de burgemeester van die stad om eindverantwoordelijk te zijn voor het behoud van kunst in stedelijk bezit? Een gesprek met burgemeester Bas Verkerk.

Veerle Corstens

Burgemeester Bas Verkerk ontvangt in zijn werkkamer in een moderne flat buiten het centrum van Delft. ‘We hadden eigenlijk in het oude stadhuis af moeten spreken, daar voel je de historie en ben ik het liefst.’ Verkerk wilde op zijn achtste archeoloog worden en kende alle Egyptische farao’s uit zijn hoofd. De beroepsperspectieven vroegen om een andere aanpak en nu zit hij in een werkkamer met Delfts blauw aardewerk.

Wat betekenen stedelijke musea voor Delft?
‘De grootsheid van het verleden in relatie brengen met het heden, daar gaat het om in een museum. Bij Willem van Oranje wordt dat goed gedaan; de relatie tussen Oranje toen en nu wordt in Museum Prinsenhof goed gelegd. We zijn als stad ook verbonden met Johannes Vermeer. We hebben een goed Vermeercentrum maar voor een echte Vermeer moet je naar het Mauritshuis in Den Haag. Dat is natuurlijk een beetje frustrerend – ik hoop nog altijd dat een onbekend werk van hem stiekem achter een kast in het stadhuis opduikt.’

Is het voor u als burgemeester belangrijk om een interessant museum te hebben in uw gemeente?
‘Jazeker. Je bent een veel completere stad met cultureel aanbod. Door een overvloed aan moderne media en verre reizen gaan mensen weer op zoek naar identiteit en geborgenheid in eigen omgeving en vinden die in stedelijke historie. Die trend zie je door heel Europa. Net als in de middeleeuwen en renaissance wordt de stad weer het maatschappelijk model. Dit nieuwe elan laat zich niet alleen in steden als Londen en Parijs zien maar net zo goed in Lyon, Leipzig, Budapest en Malmö. Mensen die je in een stad wilt hebben, worden aangetrokken door cultuurhistorie. Dat is belangrijk in de stedelijke competitie om studenten, bedrijven, talentvolle mensen en de culturele voorhoede. Gunstig in het geval van Delft is dat de historie voelbaar is in de genen van de stad.’

Als u als gemeente een kunstwerk geschonken krijgt, hoe gaat u daar dan mee om?
‘We krijgen wel eens kunst uit legaten en proberen daar zo zorgvuldig mogelijk mee om te gaan. Kunst is voor altijd en bewaar je voor de komende generaties. Wat we vandaag niet zo mooi vinden, kan een volgende generatie prachtig vinden. Vermeer zien we nu als de grootste Delftse schilder, maar was na zijn dood betrekkelijk snel in vergetelheid geraakt. Dankzij de Fransen is hij weer bekend geworden en nu behoren Het meisje met de parel en Gezicht op Delft tot de meest geapprecieerde schilderijen onder de Nederlandse bevolking.’

Als er geen beperkende voorwaarden aan een gift zitten, heeft de gemeente dan alle vrijheid?
‘Politiek wordt geacht geen mening te hebben over kunst, maar daar kom je niet helemaal mee weg – budgettaire keuzes moeten gemaakt worden. Kosten van het in depot laten staan moeten afgewogen worden en de politiek als overheidsorgaan draagt uiteindelijk verantwoording.’

Maakt een wisseling van politieke kleur in de gemeenteraad uit voor zo’n beslissing?
‘De partijkleur geeft natuurlijk een voorkeur aan: gaan we geld besteden aan cultuur en historie of aan de economie? Door heel helder te maken waar kunst en cultuur voor staan kunnen we een goed niveau borgen en zorgen dat er respect blijft voor wat onze voorvaderen gemaakt hebben. Daarnaast zijn er harde economische motieven om kunst en cultuur te stimuleren. Kijk maar naar dit Delfts blauwe bord met foto, dat koop je voor vijf euro in de binnenstad en toeristen zijn er dol op.’

Heeft u wel eens keuzes moeten maken tussen bijvoorbeeld meer politieagenten versus de aankoop van een kunstwerk?
‘Die afweging maken wij elke dag. We kijken wat op dat moment het meest nodig is.’

Hoe ging dat bij Nusantara, het museum dat begin 2013 haar deuren sloot na 100 jaar geschiedenis Nederlands-Indië en Delft?
‘We moesten bezuinigen en daarom kijken wat het belangrijkst en meest waardevol was in identiteitbeleving voor stad en inwoners. Er liggen zeker relaties met Delft en Indië maar die connectie is in de huidige tijd niet meer navoelbaar. Zo is de keus gemaakt en wordt er nu zorgvuldig ontzameld; stukken van nationaal belang worden overgedragen aan de Rijkscollecties, onder andere het Nationaal Museum voor Wereldculturen en het Rijksmuseum. En een deel van de collectie van Nusantara staat nu in de vaste opstelling van Museum Prinsenhof, om de geschiedenis van het in Delft gevestigde opleidingsinstituut voor ambtenaren uitgezonden naar Indië te kunnen blijven vertellen.’

Zou u zich kunnen voorstellen om tekorten te dekken via verkoop van kunst?
‘In 1995, toen ik raadslid in Den Haag was, hebben we daarmee te maken gehad. Toen de stad niet meer aan financiële verplichtingen kon voldoen, hebben we ernstig gedebatteerd over de toekomst van het Gemeentemuseum en het Haags Historisch Museum. Gelukkig kwamen we er destijds op een andere manier uit, maar soms is het onontkoombaar om een kunstwerk te verkopen als een stad aan de afgrond staat.’

Recent heeft Museum Prinsenhof Delft dankzij de Vereniging Rembrandt, mede dankzij haar BankGiro Loterij Aankoopfonds, fondsen en een crowdfundingactie het 17de-eeuwse schilderij Gezicht in de Nieuwe Kerk kunnen aankopen. Hoe groot is de betrokkenheid van de gemeente bij zo’n aankoop?
‘Dit schilderij is sinds 1953 in het museum te zien. Ik vind het belangrijk dat dit werk in de stad blijft; het is stedelijk kapitaal en onvervangbaar. Een stad met zo’n groot verleden als Delft moet dat kunnen laten zien en dit schilderij geeft een iconische blik op Delft. Daarom hebben wij deze aankoop aangemoedigd en gesteund, al was het natuurlijk een initiatief van de Prinsenhof. In dit werk wordt de memorietafel van de vooraanstaande Delftenaar Adriaen Teding van Berkhout afgebeeld; dat vind ik als burgemeester natuurlijk herkenbaar. Ook bijzonder vond ik dat veel mensen zich hebben ingezet voor het verwerven van deze Van Vliet, onder andere via de crowdfundingactie. Ik vind het een goed idee om niet voor 100% naar de overheid te kijken voor financiering, maar juist in de maatschappij betrokkenheid te zoeken. De overheid moet er wel zijn om kwaliteit te borgen.’

Heeft u de nieuwe Erfgoedwet, die nu bij de Tweede Kamer ligt, nodig?
‘Ja, de Monumentenwet laat zien dat appreciatie van monumenten kan verschillen in de tijd. Wie had bijvoorbeeld dertig jaar geleden gedacht dat de Duitse bunkers als historisch erfgoed zouden worden beschouwd? Deskundigen moeten uitmaken wat bewaard moet blijven, daar moet je heel prudent in zijn. En alleen een nationaal perspectief is dan niet genoeg, iets kan ook een regionaal icoon zijn en om die reden wettelijke bescherming verdienen.’

Veerle Corstens is freelancejournalist