Skip over navigation | Sla menu over

Geschiedenis

De Vereniging Rembrandt begon met de veiling van de tekeningencollectie van verzamelaar Jacob de Vos in 1883. Voor een individu was het kopen van honderden tekeningen een te grote stap en er vond al een uittocht van Nederlandse topkunst plaats. Enkele Amsterdamse particulieren wilden dit tegengaan en besloten de handen ineen te slaan. Op de veiling in Amsterdam kochten ze samen  honderden tekeningen om die in eerste instantie in bruikleen aan het Rijksprentenkabinet te geven totdat de aankoopprijs door de overheid zou zijn voldaan. Dit was het begin van een collectief mecenaat dat de naam Vereniging Rembrandt kreeg. Het bleek geen hoofdstedelijke aangelegenheid: in Assen wilde de heer Scheffer zes Romaanse doopvonten behoeden voor een einde als voederbakken in een schuur. Met een lening van de Vereniging Rembrandt zorgde hij ervoor dat ze in het Drents museum terecht kwamen, inmiddels zijn ze zelfs teruggeplaatst in hun oorspronkelijke Drentse kerkjes.

In de eerste jaren werd steun gegeven in de vorm van leningen die door het rijk of de musea geheel of gedeeltelijk werden terugbetaald, inmiddels zijn het alleen nog maar schenkingen. Bij de oprichting steunde de vereniging met name meesterwerken die zich nog in Nederlands particulier bezit bevonden. De vereniging verruimde haar doelstellingen en zorgde dat ook werken die zich in het buitenland bevonden het Nederlands kunstbezit verrijkten. Zo werd in 1922 een schilderij van Goya aangekocht dat zich tot dan toe in New York bevond. Na de Tweede Wereldoorlog werd ook de aankoop van moderne werken financieel ondersteund zoals La perruche et la sirène van Matisse. De vereniging verruimde dus haar speelveld en groeide ook in aantal leden van 250 in 1883 tot het collectieve mecenaat van 15.000 leden nu.

En de tekeningen van de Vos? Die zijn nog steeds te bewonderen in het Rijksprentenkabinet. En te vinden in ons digitale archief natuurlijk.